Van Luik naar Nice en weer terug is volgens de door de Belgische organisatoren van deze najaarsrally uitgezette rit 2600 kilometer. Een iets kortere, veel snellere route over autowegen is mogelijk; een mooiere route zal heel lastig te vinden zijn.
Als je gemiddeld 60 rijdt bedraagt de zuivere rijtijd over de totale afstand ruim 43 uur. Voor de rally staan twee dagen. Er blijven dus nog enkele slaapuurtjes over. Is het haalbaar met een zijspan? Ik heb het, met vrouw en dochtertje, in een vakantie-weekje in mei geprobeerd. Met het Moto Guzzi I-Convert Moturist zijspan van
Ed Pols, de combinatie waarmee het uiteindelijk in september ook moet gebeuren. En met het consigne dat er alleen tijdens tankstops geplast kon worden gingen de dames accoord zodat we op een maandagmiddag, meteen na het afsluiten van Motor, aan de trip konden beginnen.
Door Guus van de Beek
Verschenen in weekblad MOTOR 28-06-1978
trainen op het traject
Luik-Nice-Luik
EN DAN IS ER SNEEUW
Achteraf gezien lijkt het belachelijk, maar we hebben Nice niet gehaald. Goed, 150 km voor het doel bleek de weg versperd door een vers gevallen lawine even achter de top van de Col de Vars, maar zo'n belemmering hadden we eerder al in de Vogezen omzeild. Alleen, daar kon dat met slechts enkele tientallen kilometers omrijden, hoog in de Franse Alpen zou het neer-gekomen zijn op ten minste een halve dag extra rijden, en dat zat er niet meer in.
Want meer dan 350 á 400 kilometer per dag bleek niet haalbaar. Bij een dagindeling van 8 uur slapen, 8 uur hotelletje zoeken, in- en uitpakken, genieten van de Franse keuken en een avondwandelingetje maken om de spieren na het lange zitten een beetje los te maken, blijft er ook nog maar eens acht uur over om te rijden. En omdat de route werkelijk de allerbinnenste binnenwegen volgt kost het tijd om de juiste richting te vinden. Geregeld stond je voor het dilemma dat de volgende plaats van de routebeschrijving niet op de wegwijzers voorkwam, of dat je de keus had uit meerdere mogelijkheden.
Vlak voor de start, wolkbreuk!
Vijf dagen regen

Het theoretische voordeel van een kaartleester was de eerste dagen nul door een niet onder-broken stroom vochtigheid van boven. Werkelijk geen seconde was het droog; kletsnat dook je 's avonds een hotel in, en de volgende morgen zag de situatie er totaal onveranderd uit. Een dik grijs gordijn van regen. België en Noord-Frankrijk op z'n slechtst, bah!
En dat betekende steeds stoppen om met klamme handen een al gauw verfrommelde, half oplossende kaart uit het zijspan te vissen om de route te bestuderen. Heel vervelend dus... of toch niet? Nou, dat viel nogal mee. Met een echt waterdicht pak (Dico), respectievelijk een tamelijk waterdicht kostuum (Motomod) over de leren pakken, met gevoerde rubber laarzen en gezeten achter het bekende, zeer beschermende toerscherm, met handvatverwarming die de handen zeer goed op temperatuur hield (als de handschoenen doorweekt zijn is het een heel verschil of het water warm of koud is), bleek het zeer best uit te houden. Ook bij temperaturen van net boven nul.
Dochterlief in het zijspan zat geheel onder het skai overtrekje. De hoog doorlopende ruit en de hoge achterzijde van de Moturist bak maken dat mogelijk, althans voor niet te grote personen. Voor volwassenen met helm op zal het moeilijker zijn, en volgens Ed Pols wordt het niet altijd wegens claustrofobische effecten op prijs gesteld. Die zitten dus in een langzaam vollopende badkuip, als het erg hard en lang regent. Want met het zijspan kun je varen en dus moet de bak dicht zijn. Dat was overigens niet het geval, want vanwege de continue arbeid (vernieuwen, wijzigen, dingetjes uitproberen) zaten er in dit zijspan wat boorgaatjes. Alleen in de neus kwam op de duur toch water te staan (sloeg naar binnen via de kier tussen ruit en dakje) wat niet wegliep. En daardoor raakte een hoek van een tas doorweekt. Maar dat was dan ook het enige. Voor de rest hebben die 5 dagen (van de 7) dat het regende ons nauwelijks ongemak bezorgd, heel bijzonder!
Het was maandagmiddag tegen 4 uur voordat we na een koffiestop in Maastricht via een af-buiging vlak voor Luik op de eigenlijke route terecht kwamen. Tot aan de Franse grens zaten we op redelijk bekend terrein zodat we die eerste uurtjes vrij behoorlijk schoten. Voordat de avond viel waren we via St. Vith ten noorden van Luxemburg in Bastogne beland, waar we in een ver-houding veel te duur hotel (met garage, dat wel) de regen van de volgende dag afwachtten. Direct in Longwy, in het uiterst mistroostige mijngebied net over de Franse grens, buigt de route naar het oosten, richting Strassbourg. Vrij saai tot Sarrebourg, wel goed voor het gemiddelde.
En dan begint het. Aanbevolen voor motortoeristen, de noord-zuid route door de Vogezen, werkelijk schitterend. Sarrebourg, Col du Donon, Raon I'Etappe, St. Dié, dan over de Route des Crètes naar de Col de la Schlucht, de Grand Ballon, en, steeds op de binnen-weggetjes blijvend, via Than naar Belfort. Voor ons geen mooi weer route, maar regen en sneeuw die ons even na de Col de la Schlucht tot een uit-wijkroute over Colmar dwong.
Al in de Vogezen hield de weg een keer gewoon op.
"Route Barrée" vertelde het bord op een punt waar de weg gewoon helemaal in een onafzien-bare sneeuwvlakte oploste. Beneden in het dal vonden we in een klein dorpje een piekfijn, gezellig en goedkoop hotel. De verdere week leerde ons weer eens dat het uiterlijk, de kwaliteit en de gezelligheid nauwelijks verband houdt met de prijs.

Om iets van de verloren tijd terug te winnen volgden we de volgende morgen onder een ter afwisseling ook eens stralend blauwe hemel de route tot Montbéliard naast de Vogezen, door het dal van de Rijn. Altijd een fraai gezicht, het daar onafzienbaar brede dal, met in het westen de plotseling oprijzende Vogezen.
Dan vrijwel recht naar het zuiden over de D437 naar St. Claude, iets ten Westen van het meer van Genève. Dit is de Jura, een heel ander middelgebergte dan de Vogezen, soms veel woester, met diep uitgesleten kloven, soms met glooiende, fris groene dalhellingen. Opvallend veel fietsers op de route naar het zuiden; niet verwonderlijk, want het is erg mooi en de hoogte-verschillen zijn gering. In Leisel aan de Hoen duiken we in een met veel schilden over gastro-nomie en zo behangen hotel. Ogenschijnlijk duur, de werkelijkheid valt mee. De ontvangst is vrij koel, we krijgen een kamer op de bovenste etage terwijl er vrijwel geen andere gasten waren, maar de maaltijd en de wijn is klasse. Pas de volgende morgen bij het vertrek ontdooit "madam" met haar personeel. Het is de enige keer dat we even twijfels hadden over de ontvangst van motorrijders in een hotel.
Ook de volgende dag blijft het droog. Af en toe wat dreigende bewolking, maar over het al-gemeen best weer met veel zonnige perioden. De regen van de eerste dagen is totaal vergeten omdat die niet zoveel ongemak bezorgd had. Maar het is nu inmiddels donderdag, en we zijn nog lang niet in Nice. Doordrammen dus.
Grenoble is een lange serie stoplichten, kost veel tijd in verhouding tot de grootte van de plaats. Dan naar het oosten, door het dal van de Romanche, eerst langs enkele buitengewoon walmende fabrieken waarvan de dikke rook het dal voor vele kilometers vult. Maar dan wordt het rustiger, we rijden langs de afslag naar Alpe-d'Heuz waar Hennie Kuiper verleden jaar in de Tour triomfeerde, en stampen met groot genoegen de nog dik onder een pak sneeuw verborgen Col du Lautaret (± 2100 m) op. Schitterende weg, deze Route Napoleon, zo mooi dat we vergeten goed op de borden te kijken die aangeven of de passen open dan wel geblokkeerd zijn. In het langsrijden steeds een snelle blik, Col du Lautaret, groen bord, ouvert, rijden maar, Col de Vars (2111 m), ook groen, ouvert, ronkend trekt de Hydroconvert het hele span tussen metershoge sneeuwwanden naar boven. Dit is motorrijders, genieten met proppen, jammer dat het allemaal te ver weg is voor een weekend. Maar dan wordt het toch wel opvallend stil op de weg. Zo eens in de tien minuten een tegenligger, dat betekent nou ja, we zien wel.
Een paar honderd meter na het hoogste punt van de Col de Vars is het gebeurd. Een kleine sneeuwlawine heeft de weg volkomen geblokkeerd. Puin ruimen zal zeker enkele uren, vermoedelijk wel tot de volgende dag duren. Jammer, maar helaas, we moeten terug. Op. een zonnig terrasje boven Guillestre wordt de kaart en de route nog eens bestudeerd. Het wordt nu duidelijk waarom het zo stil was: de Col de Vars was bij aankomst wel open, maar alle volgende passen, waaronder de Col de Restefond (bijna 2700 meter) waren nog geheel ingesneeuwd, alleen op ski’s te overschrijden.
Naar Parijs

Na bijna 4 dagen rijden, zonder het vooruitzicht op een lekkere plenspartij aan de Cote d'Azur, zonder uitzicht op prima weer, zowat 1300 kilometer van Den Haag, nog drie dagen te besteden, wat dan? Parijs lijkt een redelijk alternatief. Anderhalve dag rijden, anderhalve dag sight-seeing.
Via Gap buigen we terug naar Grenoble, overnachten halverwege en genieten van de laatste vorstelijke plattelandsmaaltijd. De volgende morgen is het weer somber bewolkt, en we zijn nauwelijks op weg of de regenpakken kunnen weer te voorschijn gehaald worden. Vanaf Grenoble is het allemaal snelweg. Met een kruissnelheid van 110 á 120 km/u (op de niet aan-gepaste klok ± 150) schieten we prima op. Het is enorm druk, iedereen heeft deze dagen vrijaf. De wegrestaurants zitten bomvol, zijn bepaald smerig en het voedsel haalt de naam van de Franse keuken door het slijk. Een poos voor Parijs wordt het beter weer. De regenpakken ver-dwijnen weer in de koffer en het lijkt erop dat we het droog houden tot Parijs. Vanwege de te ver-wachten drukte besluiten naar Versailles te rijden, duiken dan toch nog een enorme hoosbui in, luttele kilometers voor de stad zodat de regenpak ken niet meer de moeite leken ... en komen doorweekt bij de plaats met het beroemde kasteel. Alle hotels blijken vol; anderhalf uur zoeken levert niets op. Ten einde raad stappen we een brasserie (café) binnen en daar hebben we succes. Vermoedelijk zal de kamer voor een heel ander doel bedoeld zijn, maar alla. Anderhalve dag Parijs en Versailles in dit super drukke weekend, niet om na te volgen.

De inhoud van pak weg 200 dubbeldekker touringcars tracht het paleis in Versailles binnen te komen. Het regent ononderbroken, het enorme plein is gevuld met paraplu's. Wij gaan naar Parijs en brengen de dag door in bezienswaardigheden met een dak, wel om na te volgen.
Tegen de avond klaart het op, dat komt goed uit om nog even naar Montmartre te gaan. Sinds ons laatste bezoek zijn er enorm veel Afrikaanse snuisterijen verkopende negers bijgekomen. Het is precies hetzelfde spul als waar in Senegal mee geleurd werd. Ik weet nu zeker dat de toen voor een prikje gekochte slagtand nep is, een afgietsel, vermoedelijk ivoorpoeder in kunsthars gegoten.
Ook de volgende morgen is het nog droog. We kunnen nu wel het paleis van Versailles in, in-drukwekkend, maar hebben weinig tijd meer om op ons gemak rond te lopen. Rond de middag wordt de combinatie gestart en na een laatste rondje om de Arc de Triomphe gaat het richting Nederland. Acht van de tien automobilisten onderweg hebben een Nederlands kenteken, kun je nagaan wat dat voor een weekend was!
Nauwelijks onderweg wordt het weer vochtig, regen of klamme mist. Maar eenmaal in Nederland wordt het beter, geheel tegen de gewoonte in. Voorspoedig geraken we in Den Haag na bijna 3000 kilometers zijspanwerk. Het was me het weekje wel, maar als ik morgen zou kunnen ver-trekken voor de tweede helft van Nice naar Luik dan zou ik het zeker doen. In twee dagen de hele trip lijkt onmogelijk, maar met een ditje en een datje, wie weet?
Motorrijden in de bergen, zalig...
Moturist HOME English
HOME
Back to Links & Publications
Moturist START Nederlands
START
Moturist START Nederlands
Moturist HOME English
Terug naar Links & Publicaties